Veel agrarische ondernemers denken op enig moment na over de volgende stap: een grotere stal, meer dieren, of een andere invulling van het bedrijf. Zulke plannen raken al snel aan stikstof. Bijna elke wijziging in uw bedrijfsvoering verandert namelijk de hoeveelheid stikstof die uw bedrijf uitstoot, en die uitstoot bepaalt of uw huidige vergunning nog volstaat. In dit artikel bespreken we drie scenario’s waar wij regelmatig mee te maken krijgen: een stal uitbreiden, het aantal dieren wijzigen en een functiewijziging van het bedrijf. Per scenario leggen we uit wat dit betekent voor uw vergunning en de benodigde stikstofberekening. Tot slot laten we zien hoe saldering, het compenseren van extra uitstoot, in veel gevallen uitkomst kan bieden.

Het is verleidelijk om deze stap eerst praktisch en financieel uit te werken, en pas achteraf naar de vergunning te kijken. Toch is het verstandiger om dit om te draaien. Blijkt pas na de bouw of de investering dat uw vergunning niet toereikend is, dan loopt u het risico dat u niet mag starten, of dat u een handhavingstraject krijgt. Weet u vooraf waar u aan toe bent, dan kunt u uw plannen daarop afstemmen voordat er onomkeerbare stappen zijn gezet.

Uw stal uitbreiden

De meest voor de hand liggende manier om te groeien, is een grotere stal bouwen of een bestaande stal uitbreiden. Meer stalruimte betekent in de meeste gevallen ook meer dierplaatsen, en dus een hogere ammoniakuitstoot. Zelfs als u een modern, emissiearm stalsysteem gebruikt, kan de totale uitstoot van uw bedrijf stijgen, simpelweg omdat er meer dieren onder hetzelfde dak staan.

Voor een uitbreiding is daarom altijd een nieuwe AERIUS-berekening nodig. AERIUS is het rekenprogramma van de overheid waarmee u vaststelt hoeveel stikstof uw bedrijf uitstoot, en hoeveel daarvan neerdaalt op nabijgelegen Natura 2000-gebieden: beschermde natuurgebieden die gevoelig zijn voor stikstof. Deze nieuwe berekening vergelijkt uw gewenste, uitgebreide situatie met de situatie die op dit moment vergund is. Blijkt uit die vergelijking dat de uitstoot toeneemt, dan is doorgaans een nieuwe of aangepaste vergunning nodig voordat u met de bouw of de uitbreiding mag starten.

Het is verstandig om deze berekening te laten maken voordat u definitieve bouwplannen of investeringsbeslissingen neemt. Zo weet u vroeg in het traject of uw uitbreiding op stikstofgebied haalbaar is, en welke aanpassingen eventueel nodig zijn om binnen de grenzen van uw vergunning te blijven.

Het aantal dieren wijzigen

Niet elke wijziging vraagt om een nieuwe stal. Ook zonder te bouwen kan uw uitstoot veranderen, bijvoorbeeld doordat u meer dieren gaat houden binnen dezelfde stalruimte, of doordat u overstapt op een andere diersoort. Elke diersoort en elk stalsysteem heeft een eigen emissiefactor: een vaste waarde die aangeeft hoeveel stikstof een dier onder die omstandigheden gemiddeld uitstoot. Verandert u het aantal dieren of de samenstelling van uw veestapel, dan verandert daarmee ook de uitkomst van uw stikstofberekening, ook al blijft het gebouw zelf ongewijzigd.

Dit scenario wordt weleens onderschat, omdat er fysiek niets aan het bedrijf verandert. Toch geldt ook hier dat uw vergunning is gekoppeld aan een specifieke situatie: het aantal dieren, de diersoort en het stalsysteem zoals die zijn vastgelegd. Wijkt uw nieuwe situatie daarvan af, dan is een nieuwe berekening nodig om te toetsen of de uitstoot binnen de vergunde ruimte blijft. Is dat niet het geval, dan moet u de vergunning laten aanpassen voordat u de wijziging doorvoert.

Ook een tijdelijke of geleidelijke uitbreiding van de veestapel valt hieronder. Het gaat niet om de snelheid waarmee u groeit, maar om het verschil tussen de vergunde situatie en de situatie die u daadwerkelijk realiseert. Verkoopt u bijvoorbeeld een deel van uw stal aan een andere agrarische activiteit, dan kan de emissiefactor van die nieuwe diersoort hoger uitvallen dan die van de dieren die er eerder stonden, ook al blijft het totale aantal dierplaatsen ongeveer gelijk. Ga daarom niet uit van het aantal dieren alleen, maar laat altijd de volledige, nieuwe samenstelling van uw veestapel doorrekenen.

Een functiewijziging van uw bedrijf

Een derde scenario is minder vanzelfsprekend, maar komt in de praktijk regelmatig voor: een functiewijziging van het bedrijf. Denk aan het omschakelen naar een andere hoofdactiviteit, het toevoegen van nevenactiviteiten zoals agrarisch toerisme of verwerking van eigen producten, of een fundamenteel andere invulling van het bedrijfsterrein. Zulke wijzigingen brengen vaak nieuwe bronnen van stikstofuitstoot met zich mee, zoals extra verkeer van en naar het bedrijf, andere machines, of nieuwe installaties.

Ook wanneer een functiewijziging op het eerste gezicht weinig met stikstof te maken lijkt te hebben, is het verstandig om dit te laten narekenen. Uw vergunning geldt namelijk voor de activiteit zoals die daarin is omschreven, niet voor uw bedrijf in algemene zin. Een andere invulling van het bedrijf kan daardoor buiten de grenzen van de bestaande vergunning vallen, ook als de totale uitstoot per saldo gelijk blijft of zelfs daalt. Een nieuwe AERIUS-berekening op basis van de nieuwe situatie laat zien of, en zo ja hoe, uw vergunning moet worden aangepast.

Een veelvoorkomend voorbeeld is de omschakeling naar agrarisch toerisme naast het bestaande bedrijf, bijvoorbeeld met bezoekersparkeren, horeca of overnachtingsmogelijkheden. Zulke activiteiten trekken extra verkeer aan, en dat verkeer is een aparte bron van stikstofuitstoot die in de oorspronkelijke vergunning meestal niet is meegenomen. Hetzelfde geldt voor het toevoegen van eigen verwerking of verkoop van producten op het bedrijf: ook daarbij komen vaak nieuwe installaties of extra transportbewegingen bij kijken. Breng daarom altijd alle nieuwe activiteiten in kaart voordat u een functiewijziging doorvoert, niet alleen de activiteit die u zelf als de kern van de verandering ziet.

Hoe kan saldering helpen?

In alle drie de scenario’s hierboven kan uit de berekening blijken dat de uitstoot toeneemt ten opzichte van uw huidige vergunning. Dat betekent niet automatisch dat uitbreiding of verandering onmogelijk is. Saldering is voor agrarische bedrijven vaak een bruikbare route om die toename op te vangen.

  • Intern salderen. U compenseert de extra uitstoot binnen uw eigen bedrijf, bijvoorbeeld met een emissiearmer stalsysteem elders op het bedrijf, of door een andere bron van uitstoot te stoppen. Zo blijft de totale uitstoot op omliggende natuurgebieden gelijk of daalt zelfs, terwijl u wel kunt uitbreiden of wijzigen. Meer hierover leest u op onze pagina over intern salderen.
  • Extern salderen. Is er binnen uw eigen bedrijf onvoldoende ruimte om de toename te compenseren, dan kan extern salderen stikstof een alternatief zijn: u neemt dan stikstofruimte over van een ander bedrijf dat stopt of blijvend minder uitstoot. Dit is doorgaans een langere en complexere route dan intern salderen, omdat u afhankelijk bent van een andere partij.

Welke vorm van saldering voor uw bedrijf haalbaar is, hangt af van de omvang van de toename, en van de ruimte die uw eigen bedrijf al dan niet biedt. Vaak is intern salderen de eerste optie die we onderzoeken, omdat u daarmee zelf de regie houdt en niet afhankelijk bent van een externe partij.

Herkent u een van deze scenario’s in uw eigen plannen, of overweegt u een stap die de stikstofuitstoot van uw bedrijf kan raken? Op onze pagina over agrarische uitbreiding leest u hoe wij uw huidige en gewenste situatie doorrekenen, en welke route naar een passende vergunning voor uw bedrijf het meest kansrijk is.