Wie een vergunning aanvraagt voor een project in de buurt van beschermde natuur, komt de term voortoets vanzelf tegen. Het is de eerste vraag die het bevoegd gezag stelt: kan dit project de natuur schaden, of kunnen we dat op voorhand uitsluiten? In dit artikel leggen wij uit wat een voortoets stikstof is, wanneer u er een nodig heeft, wat er precies in staat en hoe het verder gaat als de uitkomst niet gunstig is.

Wat is een voortoets stikstof?

Een voortoets is een beoordeling die nagaat of een plan of project mogelijk significante gevolgen heeft voor een Natura 2000-gebied, een natuurgebied dat volgens Europese regels beschermd is. Bij stikstof draait die vraag om één ding: veroorzaakt uw project een toename van stikstofneerslag op een natuurgebied dat daar gevoelig voor is? De voortoets is dus geen vergunning, maar een onderzoek dat bepaalt of u een vergunning nodig heeft.

De uitkomst van een voortoets is in de kern een van twee conclusies. De eerste: significante gevolgen zijn uitgesloten, uw project veroorzaakt geen toename van neerslag en u heeft voor het onderdeel stikstof geen natuurvergunning nodig. De tweede: significante gevolgen zijn niet uit te sluiten, en dan volgt een uitgebreider onderzoek, de passende beoordeling, en meestal een vergunningaanvraag.

Wanneer is een voortoets verplicht?

Strikt genomen is de voortoets geen apart formulier dat de wet voorschrijft. Het is de manier waarop een initiatiefnemer en het bevoegd gezag onderbouwen dat een project geen natuurvergunning nodig heeft. In de praktijk wordt hij gevraagd zodra uw project stikstof uitstoot en er een Natura 2000-gebied binnen bereik ligt. Dat is bij de meeste bouw-, verbouw-, agrarische en industriële projecten het geval, omdat vrijwel heel Nederland binnen de invloedssfeer van een of meer natuurgebieden valt.

Concreet komt een voortoets in beeld bij:

  • Nieuwbouw en verbouw waarvoor een omgevingsvergunning nodig is, zeker sinds de bouwvrijstelling in 2022 is vervallen en ook de bouwfase weer wordt beoordeeld.
  • Uitbreiding of wijziging van een agrarisch bedrijf, zoals een nieuwe stal of een ander dieraantal.
  • Industriële uitbreiding, een nieuwe installatie of een functiewijziging die meer verkeer of uitstoot met zich meebrengt.
  • Bestemmingsplannen en omgevingsplannen van gemeenten, waarbij de gemeente moet aantonen dat het plan uitvoerbaar is.

Een kleine verbouwing ver van elk natuurgebied heeft vaak geen uitgebreid onderzoek nodig. Maar ook dan wil de gemeente doorgaans zien dat er is gerekend en dat de uitkomst 0,00 is. De voortoets is dan kort en eenvoudig.

Voortoets, passende beoordeling en Wnb-vergunning: het verschil

Deze drie begrippen worden vaak door elkaar gebruikt, terwijl ze na elkaar komen. De voortoets is stap één: kunnen we gevolgen uitsluiten? Zo ja, dan is het klaar. Zo nee, dan volgt stap twee, de passende beoordeling. Dat is een diepgaander onderzoek waarin wordt beoordeeld of de natuurlijke kenmerken van het gebied door uw project worden aangetast, en welke maatregelen dat kunnen voorkomen. Stap drie is de Wnb-vergunning, de vergunning volgens de Wet natuurbescherming, tegenwoordig een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. Die wordt verleend op basis van de passende beoordeling.

Een belangrijke verandering die u moet kennen: tot eind 2024 mocht u in de voortoets al rekening houden met intern salderen, het wegstrepen van de bestaande uitstoot op uw locatie tegen de nieuwe. Op 18 december 2024 heeft de Raad van State geoordeeld dat dit niet meer mag. Intern salderen kan sindsdien alleen nog in een passende beoordeling worden meegenomen. Voor veel projecten die vroeger met een korte voortoets klaar waren, betekent dit dat er nu toch een vergunning nodig is. Hoe intern en extern salderen zich tot elkaar verhouden leest u in ons artikel over intern en extern salderen.

Wat staat er in een voortoets?

De kern van een voortoets stikstof is een berekening met AERIUS Calculator, het rekenprogramma dat de overheid voorschrijft. Daarin worden alle bronnen van uitstoot van uw project ingevoerd: het bouwverkeer, de werktuigen, de verwarming en het verkeer in de gebruiksfase. Het programma berekent vervolgens hoeveel stikstof daarvan neerslaat op elk natuurgebied in de omgeving, uitgedrukt in mol per hectare per jaar. Hoe die berekening precies werkt, en wat u zelf kunt doen en beter kunt uitbesteden, leggen we uit op onze pagina over de AERIUS-berekening.

Naast de berekening bevat een goede voortoets een beschrijving van het project en de referentiesituatie (wat er nu al is en al mag), een onderbouwing van de invoergegevens, een overzicht van de betrokken natuurgebieden en hun gevoeligheid, en een heldere conclusie. Die conclusie moet het bevoegd gezag zonder verder onderzoek kunnen overnemen. Een rapport dat alleen uit een uitdraai van het rekenprogramma bestaat, wordt in de praktijk regelmatig teruggestuurd met vragen.

Wat gebeurt er na de voortoets?

Is de uitkomst 0,00 mol per hectare per jaar op alle gevoelige gebieden? Dan voegt u de voortoets als bijlage toe aan uw vergunningaanvraag bij de gemeente, en is het onderdeel stikstof daarmee afgerond. Dit is de uitkomst bij het merendeel van de kleinere projecten die wij doorrekenen.

Komt er wel een toename uit, dan zijn er twee sporen. Het eerste spoor is kijken of de uitstoot omlaag kan met maatregelen, zoals elektrisch materieel of een andere bouwlogistiek, zodat de voortoets alsnog op 0,00 uitkomt. Het tweede spoor is de passende beoordeling en de aanvraag van een Wnb-vergunning, waarin bijvoorbeeld intern salderen kan worden ingezet. Welk spoor het beste past, hangt af van hoe groot de overschrijding is en welke aanpassingen in uw project haalbaar zijn.

Wij maken de voortoets voor u en adviseren direct over het vervolg als de uitkomst niet gunstig is. Wilt u weten of uw project een voortoets nodig heeft, of heeft u er al een nodig voor een lopende aanvraag? Kijk op onze pagina over de Wnb-vergunning of neem contact met ons op. Binnen 7 dagen heeft u het rapport in handen.